maandag 5 december 2011

Verboden boek

Ze luistert naar Oosterschelde, windkracht 10.

Je herinnert je de parochiebibliotheek, lang geleden. De avonden dat je er naartoe ging: de traphal, het geluid van de deur die met een klik openging, de houten wand met de affiches waar je nooit naar keek, de balie, de jeugdafdeling links, die van de volwassenen rechts.

Het waren de leerkrachten van de lokale school die 's avonds na de uren de boeken innamen en uitleenden, de kaartjes invulden. In jouw herinnering oude vrijsters, maar of ze echt vrijgezel waren, dat weet je niet. En oud? Wel in de ogen van een kind, maar hun leeftijd zou je nu niet meer durven schatten.

Oosterschelde stond rechts, niet links en toen je ernaar vroeg, kreeg je een bedenkelijke blik. Het was nochtans de jongste en de minst strenge van het gezelschap. Dit was echt nog niet voor jou. Er kwam iets in over een vrouw, die, welja ... Wat er juist was, werd niet uitgesproken.

Uiteindelijk was het je oudere zus die het boek uitleende. Toen je het uit had, vroeg je je af wat er nu was, met die vrouw. Dat ze strandde met haar zeilboot, haar kleren uittrok om te laten drogen en betrapt werd door een agent? Pas nu je het opnieuw hoort, valt je de zwangerschap op: een ongelukje, een boetedoening voor de kerkraad, een overhaast huwelijk.

De bibliotheek is al lang opgdoekt. De leerkrachten-bibliothecarissen uit het zicht verdwenen, de kerk uit je leven. Niemand die nog opkijkt van een ongehuwde moeder.

Ze tien. Ze luistert naar een verboden boek. Ze beseft het niet.

zaterdag 3 december 2011

Communisme

Voor mij is 'communisme' de naam van een probleem, niet van de oplossing: communisme in de zin van hoe we moeten omgaan met de gemeenschappelijke goederen, (...). Ook intellectuele eigendom is zo'n gemeenschappelijk goed: er zit iets wezenlijk communistisch in kennis. Kennis gedijt slecht als privé-eigendom, informatie leeft juist van verspreiding.
Slavoj Žižek in De Standaard

vrijdag 2 december 2011

Lobbywerk in Malaga

De collega’s deden er wat lacherig over: een bibliotheekcongres in Malaga. De Costa del Sol: zon, strand en palmbomen. Mooi congres! Zelf sta je er niet om te springen: Mei is een drukke maand, zowel professioneel als privé. Een week van huis, een openbaar examen muziekschool van je zoon dat je mist en een (vakantie)bestemming die je zelf nooit zou kiezen. Er was een sociale uitstap – zoals dat heet – voorzien naar Granada, wat dan weer compenseerde. Maar neem je dat er nog bij? Levert het nog iets op voor het werk? Is een dag langer weg haalbaar voor het thuisfront? Uiteindelijk ga je toch. De Eblida-Naple conferentie brengt de top van de Europese bibliotheekwereld samen. Dit zijn organisaties die voor bibliotheken op Europees niveau verschil kunnen maken.

De bestuursvergadeing van Eblida wil wel eens een saaie bedoening zijn. Harald von Hielmcrone, voorzitter van de Expert Group on Information Law, maakte deze keer het verschil. Auteursrecht blijft topprioriteit voor Eblida. Op een bevattelijke manier weet hij de dossiers van het ogenblik te presenteren. ‘Our-of-commerce’ werken, een voornemen van de EU om toegang tot alle illegale en immorele (!) materiaal op het internet te blokkeren (een virtueel Schengen zeg maar), de verlenging van de beschermingstermijn op geluidsopnames en het uitlenen van digitale boeken: ze passeren allemaal de revue.

Na al dat geweld is er ook ontspanning voorzien. ’s Avonds om 8 u. verzamelen de bibliothecarissen voor het Picassomuseum, dat uiteindelijk, een half uur later dan voorzien, ook opengaat. Heel Europa dwaalt door het museum. Je wijst Turkije op een grapje van Picasso en verschilt van mening met Denemarken over de tijdelijke tentoonstelling Kippenberger meets Picasso. Het diner komt laat – of is het de receptie? Met die Spaanse tapas is het onderscheid niet altijd duidelijk. Indignados op het plein als je weer naar je hotel wandelt.

De conferentie vindt plaats in het congrescentrum, een soort Heysel aan de rand van de stad. Het zit weggedoken in een hoekje van het immense gebouw. De Spaanse bibliothecarissen zijn nauwelijks te zien, hoewel er een congres van Fesabid aan de gang is. Af en toe duiken er een paar op tussen de internationale delegatie. Bibnet presenteert het Vlaams e-boekplatform. Naast innovatie zijn open acces, digitalisering en, opnieuw, auteursrecht de topics waar het om draait. Je krijgt op korte tijd een goede stand van zaken. Je luncht met Vlaamse collega’s. Vreemd toch dat je in het verre buitenland makkelijker kan freewheelen met collega’s waarmee je in Vlaanderen zo vaak rond de tafel zit.

De busrit naar Granada, de dag nadien, duurt ruim anderhalf uur. De groep wandelt naar het Alhambra. Het verhaal van de gids over de waterhuishouding in dit Moorse gedeelte van de stad, gaat grotendeels aan je voorbij. Je wandelt in de achterhoede en praat met een Vlaamse collega, met Oostenrijk en een ander deel van Denemarken over het belang van Brussel. Een kantoor in de KB in Den Haag is mooi, maar de EU zit in Brussel. Twee uurtjes treinen maar tussen beide. Maar gelukkig blijkt dat de directeur van Eblida steeds vaker in het hoofdstedelijk gewest overnacht. En je praat over het Samenwerkingsverband Auteursrecht & Samenleving: hoe organisaties samen juridische expertise inhuren rond auteursrecht. Ook daar wordt aan gewerkt. Kort na de conferentie is inderdaad Information sans frontières boven de doopvont gehouden. Eblida werkt er samen met Liber, OSI (Open Society Institute), JISC (Joint Information Systems Committee) en Europeana. In het Alhambra stokken de gesprekken. Steen geworden interculturaliteit is dit. De leeuwenfontein wordt gerestaureerd. Turkije herkent in de gesproken Arabische teksten – poëzie volgens de bijschriften – de sura’s uit de Koran. Tussendoor peil je bij Zweden naar bestemming voor de studiereis van volgend jaar. Op de bus terug evalueer je met een landgenoot. En je praat over bibliotheken, over het beheer van kleine vzw’s, over de uitdagingen van Klimax II.

Zondag in de luchthaven: wachten, oortjes in, muziek op, netbook open. En weer thuis, enthousiaste verhalen over het openbare examen van zoonlief en zijn vriend. Het geluid van hun saxofoon had weergalmd in de kerk. Ze hadden de show gestolen. Dat heb je gemist. Was het die prijs waard, dat lobbywerk in Malaga?

donderdag 24 november 2011

Wachten op een Spotify voor boeken

Spotify is neergestreken in Vlaanderen. Zelfs wie onbeslagen is in alle (legale en illegale) vormen van online muziek, kon er niet omheen. Het concept, ik moet het eigenlijk niet meer uitleggen, is even eenvoudig als geniaal. Voor een beperkt bedrag per maand - de prijs van een half boek zeg maar - krijgt een abonnee onbeperkt toegang tot een gigantische muziekbibliotheek. Online, op laptop, pc of gsm. De afspeellijsten worden gesynchroniseerd, zodat je die ook offline kan beluisteren. Spotify is niet de enige die een dergelijk businessmodel hanteert, maar een vergelijkende studie van dit soort muziekdiensten interesseert me hier nu niet.

Wat me wel interesseert, is de vergelijking met het boekenvak. Dat hinkt, zoals gewoonlijk, achterop. En, zoals gewoonlijk, in Europa wat meer dan in de VS. Amazon experimenteert volop met het uitlenen van boeken. De ene uitleendienst loopt via bibliotheken, de andere is gekoppeld aan een lidmaatschap. Beide hebben hun beperkingen. Grote uitgevers aarzelen om in te stappen in het bibliotheekmodel. In vergelijking met Spotify lijkt een Prime Membership bij Amazon een koopje, maar de uitleendienst is wel beperkt: één boek per maand.

Dichter bij huis start in Nederland binnenkort een experiment met weblezen. Dan heb je geen specifiek apparaat nodig - Amazon werkt alleen met de Kindle - maar moet je wel weer online zijn om te kunnen (voort) lezen.

Maar het is wachten op de slimmerd(s) met geld die één en één optellen: een mooi aanbod van e-books, toegang van om het even welk apparaat, werken met leeslijsten die mensen zelf kunnen samenstellen en delen en die offline gebruik mogelijk maken, een schappelijke abonnementsprijs. De gebruiker moet er dan wel mee kunnen leven dat hij de boeken niet meer bezit, maar alleen toegang krijgt.

Is het zoiets dat we mogen verwachten van het Vlaams E-boekplatform?

Bye bye bib? Zo'n vaart zal het niet lopen. Laat ons hopen dat er meer dan één aanbieder is en dat het aanbod onderling verschilt - niemand is gebaat bij een monopolie. Weinigen zullen dan ook toegang hebben tot 'alle' e-books. Niet iedereen zal zich een abonnement - en niet te vergeten: de bijhorende apparatuur- kunnen of willen veroorloven. Toegang voorzien blijft nog wel even de basisopdracht van de bib.

dinsdag 4 oktober 2011

Familiefeest

Op een familiefeest wordt met veel smaak verteld hoe zoonlief - of was het dochter? - de bibliothecaris verschalkt. Het boek, nodig voor de spreekbeurt, moet terug binnen. Het kan niet meer verlengd worden. Kindlief brengt het boek netjes op tijd binnen; gaat wat rondneuzen in de bib; komt aan de balie vragen naar datzelfde boek; zegt heel onschuldig dat het wel in de catalogus zit, maar niet in het rek staat; laat de medewerker mee gaan kijken; loopt weer mee naar de balie met de medewerker die zich afvraagt hoe dat kan; vraagt vervolgens, alweer heel onschuldig, of het misschien dat boek kan zijn, daar in het rek achter de balie? Hé, hoe toevallig! Blijkbaar net weer binnen gebracht. En krijgt het prompt weet mee van de medewerker. Moeder deed ondertussen, trillend van de zenuwen, alsof het háár kind niet was. De hele tafel supportert en haalt opgelucht adem als het verhaal goed afloopt, voor kindlief dan toch. En voor de bib? Voor de bib geeft het wel te denken: over reglementen, over doelstellingen, over reputatie, dat vooral ...
Published with Blogger-droid v1.7.1

maandag 26 september 2011

QR-codes - vervolg


Een tijdje geleden blogde ik over de QR-codes in het MAS. Ik zag toen een aantal drempels voor een goed gebruik van de codes. Via de nodige omwegen reageerde het MAS op mijn bericht. Een reactie plaatsen op deze blog is blijkbaar niet evident. Ooit maak ik nog wel eens tijd om uit te zoeken waar het probleem juist zit, maar ondertussen plaats ik hier met genoegen het uitgebreide antwoord van het MAS:


Dag allemaal,

Zoals eerder al beloofd via Twitter, een reactie op al het bovenstaande over het gebruik van QR codes in het MAS. Eerst een woordje over de keuze die het MAS maakte voor QRS. We beschouwen ze zeker niet als een soort van ‘gimmick’ of ‘leuke extraatjes’, maar als een zeer functioneel medium. Zoals jullie waarschijnlijk wel al gezien hebben, zijn de teksten in het MAS alleen in het Nederlands. Dat is een bewuste keuze en wel eentje waar QRs om de hoek komen kijken. Het is immers het idee om anderstalige bezoekers alle teksten aan te bieden in vier andere talen (Engels, Frans, Duits en Spaans) via de MASgids die ze kunnen aanschaffen, maar ook via deze QRS. Dat kan op dit moment al via hun eigen smartphone en daar maakten de vele toeristen in de afgelopen maanden ook dankbaar gebruik van. Binnenkort zullen we ook iPods aanbieden aan anderstalige bezoekers die geen eigen smartphone hebben. Het systeem hiervoor wordt op dit moment op punt gesteld. Binnen dit systeem gaat ook een link naar social media mogelijk zijn.

Verder zijn wij in het MAS in ieder geval heel erg enthousiast over de vele mogelijkheden die QRs (en andere social media, zie bijvoorbeeld http://mashable.com/2011/08/11/museums-digital/) bieden. Wij plannen in de toekomst om de QRS veel uitgebreider te gebruiken, met name via gepersonaliseerde ervaringen, maar voor we deze verdere stap nemen, willen we ons vooral concentreren op het optimaliseren van alle publieksaspecten van het MAS.

Dat gezegd zijnde, willen we ook kort even antwoorden op de bovenvermelde drempels, en dit ‘drempel voor drempel’.

Drempel 1: (on)bekendheid van QR

De opgang en bekendheid van QR-codes is volop bezig. Vooral bij de jeugd is dit bekend en steeds populairder. Je vindt QR nu ook veel vaker in winkels, beurzen, magazines, reclames, festivals, noem maar op. Het is een trend in opkomst die veel mogelijkheden biedt. In het MAS leert de bezoeker kennis maken met QRs via een instructiefilmpje in de inkomhal, en verder zijn de erfgoedbewakers in elke zaal altijd meer dan bereid om een handje te helpen.

Drempel 2: verplichte registratie

Registratie is slechts éénmalig en juridisch verplicht. In België moet je als huurder/eigenaar van de internetlijn moet je kunnen aantonen wie toegang heeft, zeker als overheidsinstelling (het MAS is een stadsmuseum). Kan je dit niet dan ben je zelf verantwoordelijk bij eventueel misbruik. Maar wij vinden natuurlijk ook dat het handig zou zijn als die registratie er niet was. We bekijken op dit moment alle andere mogelijkheden.

Drempel 3: Page not found

Dit was inderdaad een probleem, met name bij QRs in multimedia. Deze QRs zijn er ondertussen uitgehaald. We checken verder QR per QR of er nog ergens problemen zijn.

Drempel 4: onvoldoende licht

Het MAS is zich hier zeker van bewust. We hebben twee weken geleden op diverse plekken de belichting al bijgesteld, in het kader van de leesbaarheid van de QRs. Op sommige plekken moeten we echter erg voorzichtig zijn met de belichting, omdat er kwetsbare objecten liggen/staan en die mogen maar een bepaalde hoeveelheid ‘lux’ verdragen. Dit is met name het geval voor kostbare documenten die om dezelfde reden in lades liggen en niet zomaar ‘open en bloot’ in of op een vitrine. We zoeken dus nog naar een goed evenwicht tussen genoeg en niet te veel licht.

Drempel 5: QR hoe fotograferen

Het instructiefilmpje in de hal op het gelijkvloers is ondertussen aangepast en wat trager opnieuw opgenomen. De MAS-medewerkers aan de balie, in de hal en op de verdiepingen weten ook heel goed hoe de QRs gescand moeten worden en zijn altijd bereid een handje te helpen.

Drempel 6: tijd nodig om te scannen

Indien je alle informatie die je binnen krijgt via het scannen van je QR wilt lezen, ga je inderdaad wat tijd nodig hebben. Zoals reeds aangegeven, zijn de QRs met name bedoeld voor anderstalige bezoekers, en die kiezen bewust voor het gebruik van een iPhone of iPod om alle informatie te krijgen. Maar dat is een keuze die je maakt, net zoals je als bezoeker in andere musea kunt kiezen voor extra informatiebladen of audioguides. Je leest precies wat je wilt (en niet wilt) op je smartphone.


We hopen dat deze uitgebreide lap tekst alvast een antwoord biedt op de vragen die jullie stelden, en we garanderen dat we ons zeker bewust zijn van alle problemen rond de QRs, maar dat we tegelijkertijd ook denken dat het een erg waardevol systeem is dat we in de toekomst nog veel meer willen benutten om de bezoeker nog meer bij het MAS te betrekken.

vrijdag 23 september 2011

Subversief

"If kids can compete to see who can divulge the least information to the grown-ups in their lives, we will, by definition, get kids who are better at not divulging information than kids who are punished every time they try to prevent grown-ups from looking at their information.”

Cory Doctorow
The New York Times

dinsdag 13 september 2011

Trein naar Oostende

Eén.
Je zit op een trein.

Twee.
Je sluit je ogen en probeert te ontspannen.

Drie.
Je rijdt sneller & sneller.

Vier.
Je denkt aan wat komen gaat.
De opbouw: standhouders, technici, wegwijzers, telefoons.
Het congres: volk aan de inkom,  drukte in de beurshal, volle zalen, hitte.
De taakverdeling: onthaal, foto's, de zalen, de beurs & jij van alles een beetje & vooral al wat niet voorzien kan worden.

vijf.
Buiten torenen windmolens boven de bomen.

Zes.
Je stelt je voor wat er mis kan gaan. Brandalarm. Te weinig broodjes. Zalen te klein. Medewerkers ziek. Het diner ...

Zeven.
Je rijdt verder & verder.

Acht.
Je maakt je geest leeg.

Negen.
Je zit op een trein.
Het wordt donker.

Op tien ben je in Oostende.


dinsdag 6 september 2011

Teamwork


Maandagochtend. Om tien voor negen sta je voor de deur van het kopiecenter. Met een vriendelijk ‘beter te vroeg dan te laat’ wordt er voor je open gedaan. Je haalt de affiches en de vouchers voor Informatie aan Zee op, brengt nog snel een kostuum naar de droogkuis en komt met een kleine vertraging op het werk aan. Met Marc bekijk je de kwaliteit van het drukwerk. Het bevat nuances die we niet verwacht hadden. Niemand zal het merken, maar mooi is het wel. Hopen maar dat het niet verdwijnt in het niet, daar in dat reusachtige Kursaal.

Suzy is goed gestart. Pas in dienst en binnen tien dagen, in Oostende, leidt ze de opbouw van de beurs in goede banen. Ze blijft er rustig onder. Klaartje heeft haar goed gebrieft. Ze hebben nog even tijd om samen alles te overlopen, voor Klaartje met zwangerschapsverlof gaat. Later op de dag zal blijken dat ze ook al verder gekeken hebben dan 14, 15 en 16 september.

De jobstudenten zijn al aan de slag: beurstasjes vullen in de vergaderzaal. Je brengt eerst het papierwerk in orde en laat hen dan boven aan iets anders werken. De vergaderzaal hebben we nog nodig voor een rondetafelgesprek en de badges versturen naar de deelnemers is dringender. Bilen legt uit wat er moet gebeuren. De rest van de dag zitten Anna en Karen te knippen, vouwen & plakken. Bandwerk, het lot van de jobstudent.

Het werkoverleg concentreert zich op de belangrijkste thema’s: de nieuwe website en – vooral – het congres. Het gaat snel, al wordt er wat gepalaverd over een formulering. Je hoopt dat Suzy het allemaal kan volgen. Tom zal nog microfoontjes halen, zodat we extra podcasts kunnen maken.

Tijdens de middag toont Julie een alternatief voor twitterfountain en wat later overloop je met haar nog even de aanpak voor het gesprek met de provincies. De rondetafel, input voor een artikel in META, tijdschrift voor bibliotheek & archief, verloopt geanimeerd. We zitten opeengepakt tussen dozen met promotiemateriaal, beurstasjes, blocnotes, balpennen en beursgidsen.

Tussendoor verzet je nog wat werk voor de nieuwe website: Databanken combineren, data herstructureren. Het moet ’s avonds nog de deur uit. Mails bekijk je maar met een half oog. Alleen de belangrijkste lees je: die over leenrecht, de afspraak op Informatie, de opleiding bij de SERV rond de beroepscompetentieprofielen.

Een hele dag heb je om je heen gevoeld hoe mensen zich inzetten, hoe ze hun aandacht voor hun dagelijkse werk combineren met een extra inzet voor het evenement dat nu snel naderbij komt. Iedereen gefocust, geconcentreerd op de eigen bijdrage. Je hoort ze wel eens verzuchten dat we niet echt een team vormen. Vaak eten we ’s middags zwijgend onze boterhammen op. We trekken niet samen op na het werk. Maar je ziet wel hoe iemand nieuw onmiddellijk opgevangen en wegwijs gemaakt wordt, hoe taken onderling afgestemd worden. Voor de helft van ons is dit de eerste Informatie. Ze weten niet echt wat hen te wachten staat. Maar het raderwerk loopt gesmeerd. Niet in de laatste plaats dank zij de ervaring van de vorige edities. De documenten en draaiboeken, opgesteld en bijgeschaafd door mensen die hier niet meer werken, maar die zo toch nog een beetje deel uitmaken van dit team dat denkt er geen te zijn.

vrijdag 2 september 2011

Bibliotheeklied

.Laat ons hopen dat we dit lied hier nooit moeten zingen. Al lijkt de passage
"Don’t let the bastards tell you they will cost too much to save
While they’re shoveling your taxes down the hole the bankers made"
ook hier wel van toepassing.




Child of the library

Chorus:
I’m a Child of the Lib’ry, it made me who I am,
It taught me about freedom and the fellowship of Man
A sea of story waits for you inside the lib’ry door,
Don’t say we can’t afford it any more.

The Lib’ry’s where I made some friends I’ve known my whole life through
The Walkers and the Blacketts and the Pevensies so true.
Simp the canine cannonball, Galadriel the fair.
The daughter of a pirate king and Paddington the Bear

I’ve travelled South with Shackleton and all his gallant crew
And thorough the African interior that Mary Kingsley knew
I rode the trackless prairie where bison used to roam
I’ve flown around the universe, not half an hour from home.

And as I grew the Lib’ry fed my curiosity,
All there for the asking, and all of it for free.
It’s there I found the stories I couldn’t find at home.
It’s where I learned I was myself and not my father’s clone.

So make friends with your library, don’t let it fade away.
Teach your kids the lib’ry’s where you go on Saturday.
Don’t let the bastards tell you they will cost too much to save
While they’re shoveling your taxes down the hole the bankers made

Last Chorus:
So make a stand for the lib’ry. Stand up while you can.
Stand up for your freedom. Stand for your fellow man.
Ignorance is never bliss, don’t close the lib’ry door.
For the lib’ry lost is lost forever more.

Lyrics © 2011 Piers and Gill Cawley
Music © 2011 Piers Cawley
Creative Commons BY-NC-SA License.
Piers includes a key to the lyrics here.


Een protestsong uit de oude doos, die bij mij alvast associaties oproept met de jaren zeventig en tachtig.

Via Stephen's Lighthouse & Joyce Valenza.

Het gewicht van schoolboeken


’s Avonds, na de eerste schooldag, legt zoonlief, eerste jaar secundair onderwijs, zijn boeken klaar voor de volgende dag. De stapel is indrukwekkend. Veel te omvangrijk, en vooral veel te zwaar, om mee te nemen. Na wat overleg, beslis je dan maar om de atlas niet mee te laten nemen en uit de leerwerkboeken het eerste hoofdstuk te scheuren.  Als er de dag nadien nog boterhammen, drinken en wat schrijfgerief bij moeten, weegt de boekentas nog altijd meer dan je aanvaardbaar vindt. Zaterdag op zoek naar een goede fietstas dus, zodat de rug ontlast wordt.

Die leerwerkboeken zijn overigens een interessante uitvinding van de educatieve uitgevers. Ze bieden immers de garantie dat de leerlingen zich zowel het werkschrift als het leerboek elk jaar opnieuw aanschaffen. Beide zijn immers geïntegreerd en een boek waarin geschreven is, kan je niet meer opnieuw verhuren of verkopen. Of het aan het volume en het gewicht van de te gebruiken boeken iets verandert, valt overigens te betwijfelen.

Op de ochtend dat zoon zijn last op zijn rug hijst, lees je in de krant over een school die haar leerlingen verplicht met een kleine laptop, een netbook?, naar school te komen. In de krant wordt gediscussieerd over pro’s en contra’s die focussen op ict-vaardigheden en kostprijs. Je leest nergens of de leerlingen nu alle oefeningen elektronisch maken, of woordenlijsten en leerlingenboeken op de laptop staan. Het is onwaarschijnlijk dat deze secundaire school de sprong naar het e-book al gemaakt heeft. De laptop is allicht gewoon extra gewicht dat ook nog in die schooltas mag.

woensdag 31 augustus 2011

Bloggen en inloggen

Nu nog een blog starten is eigenlijk tonen dat je niet meebent. Dat lees ik tussen de regels toch bij Commissaresse. Wie blogt er nog? Mensen die begonnen in een tijd dat het nog hip was. De jonge garde tumblrt misschien, maar facebookt vooral en twittert, googleplust ...

Meredith Farkas - ook niet onmiddellijk de nieuwste generatie - schreef onlangs een blogpost die duidelijk maakt waarom bloggen in de sociale-mediastorm zinvol blijft. In essentie:
"As someone looking to build or maintain a coherent presence online, I think there is still value to carving out one’s own space on the Web, rather than just contributing ephemeral insights through microblogging."
Wat cru vertaald: wil je nog iets kunnen terugvinden van wat je ooit gezegd hebt, zet het dan in blog in plaats van op Twitter of Facebook.

Maar het ene kan niet zonder het andere, zoals de gangbare praktijken en de blogstatistieken bewijzen. Bloggen heeft maar zin als je erover twittert, facebookt enzovoort. Dat het werkt, bewijst de bevreemdende reactie van de redactie van Duitslandweb op een blogbericht over Berlijn dat ik eerder plaatste. Flink, denk ik dan, dat een universitair onderzoeksinstituut het web afspeurt naar berichten om op te reageren.

Flink ook van het MAS, dat toch wel wat moeite deed om me te contacteren. Het Museum aan de Stroom pikte een twitterberichtje op over mijn blogpost over QR-codes. Een reactie plaatsen op deze blog, lukte niet, dus vonden ze me op Facebook en contacteerden me zo. Inloggen op de website van het MAS kan blijkbaar via OpenID, meldde het museum. Dat was me ter plaatse blijkbaar ontgaan en hoe ik het van thuis uit moet testen, is me niet zo duidelijk. Dat hou ik dus voor een volgende bezoek.

OpenID werkt inderdaad eenvoudig, zeker als je een Blogger-account hebt. Toch vraag ik mij af hoeveel mensen vertrouwd zijn met het systeem.Ik zocht immers ook even uit waarom het MAS geen reactie kon plaatsen. Ik had mijn blog zo ingesteld dat alleen geregistreerde gebruikers kunnen reageren. En weet dat Blogger meldt dat dit ook ... OpenID omvat. Zo eenvoudig is het blijkbaar toch niet.

donderdag 25 augustus 2011

Rapportering of afrekening?

Het is alweer een tijd geleden, maar op de junitoer van Locus ging de discussie misschien nog meer over rapportering dan over prioriteiten of doelstellingen.

In het nieuwe planlastdenken is alleen de theorie duidelijk. Lokale besturen maken een 'strategisch meerjarenplan', koppelen dat aan budgetten, de budgetten aan de boekhouding en dat alles aan een rapporteringstool die alle rapporten genereert die de Vlaamse overheid nodig heeft.

Tot zover de theorie. Hoe de praktijk er uit zal zien, weet nog niemand. De pilootgemeenten die met de nieuwe beleids- & beheerscyclus werken, zijn zo ver nog niet. Het is dus koffiedik kijken.

De rapporten, zo dacht ik, zouden dan wel eens veredelde afrekeningen kunnen worden. Alle acties die bij een doelstelling horen, krijgen een boekhoudcode. Als er geld is uitgegeven op die post is er aan de doelstelling gewerkt. Voilà. Alleen nog een lijntje tekst erbij over de actie, automatisch uit het actieplan geplukt & klaar is kees.

Filip De Rynck schetste echter een heel ander beeld. Volgens hem is het best mogelijk dat de Vlaamse overheid bij elke doelstelling die ze formuleert, indicatoren meegeeft. De rapporten van de lokale besturen zullen dus via die indicatoren moeten aantonen welke effecten hun acties gehad hebben. Planlast zou dan rapporteringslast kunnen worden.

Heeft het allemaal nog belang? Er is ook een andere weg: die van de voorwaarden. Denk aan het Cultureel-Erfgoeddecreet. Hoe langer hoe meer lijkt het erop dat het kwaliteitslabel ( voor museum, culturele archiefinstelling of erfgoedbibliotheek) een instapvoorwaarde wordt. Geen label, geen geld (of andere voordelen). Zoiets tekent zich ook af bij het decreet Lokaal Cultuurbeleid. Geen bibliotheek die aan de voorwaarden voldoet, geen cultuur- of gemeenschapscentrum (voor gemeenten die daarvoor in aanmerking komen, geen geld. Alleen: de Vlaamse overheid kan niet zomaar de voorwaarden formuleren die ze wilt - of die de sector graag zou zien.

Zal het allemaal verschil maken?

zaterdag 20 augustus 2011

Geschiedenis op straat

Misschien mag ik wat klagen over het gebrek aan uitleg in de Berlijnse musea - hoewel, was het klagen? - op andere plaatsen zijn de Berlijners dan weer gul.

De stad heeft - alweer een cliché - een bewogen geschiedenis. Die is nadrukkelijk aanwezig. De trots van het herenigde Duitsland wordt weerspiegeld in de koepel op de Reichstag en, meer nog, in de megalomane, ongeremd kapitalistische Potzdammer Platz. Architectuur in al haar vormen is nadrukkelijk aanwezig. Maar heel wat gebouwen getuigen op een subtielere manier van de verschillende episoden uit het verleden. Het Neues Museum, huist in een neoclassicistisch gebouw op het Museum Insel. Het museum werd pas onlangs gerenoveerd, alweer een uiting van het zelfbewuste Berlijn van na de eenmaking. Echnaton en de zijnen huizein in een onmiskenbaar hedendaagse vleugel van het gebouw. Maar een verdieping lager zijn de restanten van de oorspronkelijke muurschildering uit het midden van de negentiende eeuw nog zichtbaar. En voor wie nog twijfelde, getuigen onbezette muren binnenin en nog altijd zichtbare schade aan de buitenkant van het geweld van de wereldoorlog.

In het Museum für Naturkunde - ik besef het, ik val in herhaling - is een trapzaal ingericht als tentoonstellingsruimte. De monumentale trap met het mooie smeedwerk voert allicht niet toevallig omhoog naar meteorieten en sterrenstenen. De zeldzame bezoeker die tot boven loopt, staat alweer voor een verrassing. De ruimtes die daar uitgeven op de trapzaal, zijn niet toegankelijk voor het publiek. De zolders bevatten, zoals wel vaker voorkomt, de depots (behalve dan dat van dieren op sterk water, dat deel uitmaakt van de publieksruimtes). Platen aan de glazen deuren wijzen daarop. En terloops vermelden ze dat het dak nog altijd het nooddak is dat sovjetsoldaten na de oorlog over het beschadigde gebouw legden.

Wat  verderop, in de Hackesche Höfe, één van Berlijns toeristenvallen, zijn dan opeens qr-codes te vinden die verwijzen naar filmpjes met meer informatie over de architectuur van en het leven in dit Jugendstilcomplex.

In Nordbahnhof worden argeloze S-bahnreizigers geconfronteerd met de geschiedenis van de Berlijnse muur. Afgesloten metrostations, gedurfde pogingen om de grens over te steken - te ondergraven eerder, want hoe hoger de muur werd, hoe meer de Oost-Berlijners ondergrondse wegen naar het Westen zochten. Buiten wacht een intelligente combinatie van restanten, reconstructie en evocatie. Reuzenfoto's en minibeelden: een kerk die moest wijken voor de muur, een familie die uit het raam van een Oost-Berlijns gebouw op de  West-Berlijnse stoep springt. Lopen door de Bernauer Strasse is gewandelde geschiedenis.

Is er een pointe aan dit verhaal? Misschien wel deze: dat Berlijn de confrontatie met de geschiedenis op straat aangaat: boven, op en onder de grond. Eerder daar dan in de musea, hoe mooi die ook zijn. Daar worden de verhalen verteld, aan de hand van de stad en van de architectuur, subtiel, sober en aangrijpend.

Niet akkoord? Loop dan even de Neue Wache in en kijk naar het beeld van Käthe Kollwitz, steek dan de straat over en kijk omlaag, naar de lege bibliotheek.



dinsdag 16 augustus 2011

Schatten in Berlijn


Het MAS als stapelhuis, schatkamer. Het is geen uniek geval, uiteraard.

Het Berlijnse Museum für Naturkunde pakt graag uit met zijn rijkdommen. Het skelet van de brachiosaurus, eerlijk gezegd de aanleiding voor een bezoek, kreeg zelfs een vermelding in het Guinness Book of Records als grootste gemonteerde skelet van deze soort. Indrukwekkend, daar draait het dus om. Maar als het alleen om deze marketingtruc ging, zou dit bericht behoorlijk triviaal worden.

Wie het museum doorkruist, stuit vroeg of laat op een sas, bediend door twee suppoosten. De tweede deur mag pas open als de eerste netjes gesloten is. De Duitsers werken nauwkeurig. Weinigen wagen zich dan ook hier. Wie doorzet, komt in een zaal waarin een tweede, reusachtige glazen zaal staat. Als bezoeker kan je er alleen omheen lopen. In die glazen ruimte staan, op glazen schappen, duizenden glazen flessen. Alle gevuld met sterk water. Af en toe kan je een labeltje onderscheiden met wetenschappelijke benamingen en museale verwijzingen, maar meestal zie je alleen glas en onduidelijke, dierlijke vormen. Soms herken je een verbleekte hamerhaai, of het lachende gezichtje van een rog in ethylalcohol. Uitleg krijg je niet, alleen een overweldigende indruk van een verzameling die een miljoen specimen telt. Een esthetische ervaring.

Ook daar hield het niet op. De tijdelijke tentoonstelling Federflug herdenkt de ontdekking, honderdvijftig jaar geleden, van de Archaeopteryx lithographica. Maar buiten een reconstructie van het skelet van deze oervogel, zijn er vooral veren te zien: araveren, fazantenveren, struisvogelveren, adelaarsveren, condorveren, ganzenveren en nog veel meer. Opnieuw meer rijkdom dan uitleg. Een mooi vormgegeven kleuren- en vormenspel.

Maar zo is het toch altijd geweest? Neem nu het recent gerenoveerde Neues Museum. Een egyptologische verzameling van wereldklasse op klassieke wijze uitgestald. De mooiste koningin van het Oude Egypte - en nee, dat is niet Cleopatra - krijgt er een zaal voor zich alleen. Terecht. Het hoofd van Nefertiti is inmiddels een cliché van jewelste, maar ik zag nog geen enkele afbeelding, nog geen enkele kopie, die het origineel kon evenaren. Je stelt je voor dat het beschadigd is omdat Thoetmosis, de man die het maakte, er een klap op gaf terwijl hij gefrustreerd uitriep: 'Maar leef dan toch!' (Zoals een andere kunstenaar veel later in een andere mythische stad met een beitel in zijn hand zal doen.) Voorrang dus voor de esthetische ervaring; het object als object.

Maar ook in de andere ruimtes van dit historische gebouw, ontbreekt het verhaal. Ondanks de prachtige verzameling uit Amarna, geen verhalen over ingewikkelde familieverbanden of religieuze experimenten. Alleen mooi opgestelde stukken. De sarcofagen liggen bijna letterlijk opgetast en wie niet vertrouwd is met de chronologie van dit rijk van drieduizend jaren, loopt hopeloos verloren.

En is dat de kern van deze klassieke en tegelijk ook nieuwe presentatiewijze? Dat de bezoeker zijn elders verworven kennis mee moet brengen naar het museum? Of dat hij zich moeten laten verwonderen door deze rijkdommen en thuis op zoek moet gaan naar meer. En als hij de drempels weet te overwinnen, kan hij dat ook al ter plaatse, in het MAS toch, via QR-codes. Die waren er in Berlijn overigens niet. (Of toch, maar daarover later meer.) Als we onze kennis verwerven via internet (en zo, uiteraard), dan kan het museum zich ongegeneerd concentreren op dat wat het onderscheidt: het object als object en uitpakken met zijn kerntaak: het verzamelen (en bewaren en zo, uiteraard) van zoveel mogelijk objecten.

(Hier eindigt mijn verhaal, maar toch niet zonder kleine voetnoot: mijn ervaring is gekleurd door bezoeken in familieverband. De audioguides in vreemde talen lieten we terzijde. Kinderen motiveer je niet door hen te laten wachten terwijl jij naar een uitleg in het Engels luistert die je dan vervolgens vertaalt. En het tempo moet hoog liggen. Kinderen in musea zijn nauwelijks bij te houden, zeker als  het hen interesseert. Maar misschien mag ik dan ook wel verwachten dat het museum uitleg biedt die snel behapbaar is, voor de gehaasten en de gezinnen onder de bezoekers?)

woensdag 27 juli 2011

QR-codes


Je loopt door het MAS. Je oog valt op een QR-code. Je wilt wel eens weten wat ze hier uithalen met die ‘vierkante streepjescode’.  Je haalt je Android boven en vraagt je af wat dit zal betekenen voor je datavolume. Als er wat (bewegend) beeld meekomt, zit je snel boven je limiet. Gelukkig, ook Antwerpen biedt de museumbezoekers gratis internet. Je maakt connectie en klikt.

Het resultaat is een loginscherm van de Stad Antwerpen. Voor je gebruik mag maken van gratis wifi, moet je toch maar eerst registreren. Wat in Barcelona met een enkele klik kon, vraagt hier een heuse registratieprocedure: gebruikersnaam en wachtwoord aanmaken. Je vraagt je af waarom. Drempel nr. 2.

Maar goed, eens ingelogd, klik je op de eerste QR-code die je ziet. ‘404 error. Page not found’. Mooie start. Drempel nr. 3.

In de zaal over de haven is het licht gedempt. Er staan scheepsmodellen en de geschiedenis van de haven wordt op de muur geprojecteerd. Schuiven bevatten kaarten en boeken, met een QR-code. Je trekt er één open en scant de code. Tenminste, dat probeer je. Het licht blijkt niet toereikend. Je telefoon heeft wel een zaklamp, maar die kan je niet samen met de camera gebruiken. Drempel nr. 4.

Een zaal verder. Het licht is er beter. Een attente suppoost wijst je erop dat je zo moet gaan staan, als je een QR-code wil lezen, dat de schaduw van je camera niet op de code valt. Je had inderdaad net gemerkt dat je wat moest zoeken naar de juiste invalshoek. Drempel nr. 5.

Maar uiteindelijk lukt het dus. Je krijgt een foto van het Japanse ensemble dat voor je staat en kan doorklikken naar meer informatie over elk item. Maar je besluit dat het welletjes geweest is. Je vrienden lopen al een eind verderop en je stelt vast dat je meer van je telefoon en de grijze codes gezien hebt, dan van de voorwerpen waar het om draait. Drempel nr. 6.

Heb ik mij nu misteld? Helemaal niet. Want drempel nr. 1 zijn de codes zelf. Wie weet er in godsnaam wat QR-codes zijn? Ik kwam geen enkele andere bezoeker tegen die er interesse voor toonde.

En het MAS? Voor zover ik het gezien heb: een stapelhuis. Een schatkamer. De rijkdommen ongegeneerd opgestapeld. Er wordt je zelfs een blik op de depots gegund, op de schatten die niet getoond kunnen worden. De verhalen zijn gekozen in functie van de schatten en niet omgekeerd. En veel verhaal wordt er niet verteld. Maar allicht heb ik niet goed opgelet: teveel met de QR-codes bezig. Ik zal nog eens terug moeten…

zondag 26 juni 2011

Prioriteiten of doelstellingen?

Op de junitoer van Locus gaf Filip De Rynck een interessante uiteenzetting over de bestuurlijke ontwikkelingen in ons land - voor sommige deelnemers zelfs twee maal. Een historisch kader voor de actuele ontwikkelingen, uitmondend in een kritische beschouwing over het planlastdecreet. Het verhaal is inmiddels voldoende bekend: Vlaanderen zal binnenkort alleen nog prioriteiten bepalen waaraan lokale besturen kunnen meewerken als ze dat willen. Vlaanderen zal alleen nog kijken naar activiteiten, resultaten of effecten. Welke middelen ze inzetten, bepalen de lokale besturen zelf.

De Rynck maakte een snelle rekensom. 15 decreten die aangepast moeten worden. Voor elk decreet formuleert Vlaanderen allicht een achttal prioriteiten, alles samen dus 120 prioriteiten. Kun je dan nog wel van prioriteiten spreken? De vraag stellen, is ze beantwoorden.

Als we De Rynck even volgen, bij wijze van gedachtenexperiment, hoe zou het dan wel kunnen? De Vlaamse overheid die zich een beperkt aantal prioriteiten stelt, voor de hele regering. Vijf? Acht? Maximaal tien? Wat zouden dat voor prioriteiten zijn? Vergrijzing, hopen we dat erop staat; mobiliteit allicht; economische groei zeker; misschien iets rond welzijn en wachtlijsten; en iets rond cultuurparticipatie?

Lokale overheden krijgen dan financiële ondersteuning als ze meewerken aan het realiseren van deze prioriteiten. Openbare bibliotheken zullen dus moeten zien dat ze zich weten in te schrijven in de plannen van hun gemeente. Digitale dienstverlening vanop afstand, in de strijd tegen de mobiliteitsproblemen; speciale dienstverlening voor KMO's om de economie te ondersteunen; het kan natuurlijk. Maar zijn dit voor de bibliotheken de juiste prioriteiten, de juiste motieven? Want let op: het succes van de digitale dienstverlening zal in dit geval gemeten worden met indicatoren zoals de lengte van de files ...

Maar De Rynck zelf zei op de junitoer, toch in de workshop tijdens de voormiddag, dat zijn presentatie magisch-realistisch was. Hij deed een 'Lampootje'. Ging hij dus niet wat kort door de bocht, soms?

Mag ik even vergelijken met mijn eigen organisatie? Ook binnen onze vereniging voerden we enkele jaren geleden een discussie over prioriteiten. Over de doelstellingen van de VVBAD bestond geen discussie, wel over het gewicht ervan. Wat zijn onze belangrijkste opdrachten, wat verdient voorrang? Met andere woorden: het bepalen van prioriteiten ging over de onderlinge verhouding tussen de doelstellingen. En al is het aantal strategische doelstellingen beperkt, het aantal operationele doelstellingen loopt snel op.

In die termen wordt de discussie momenteel niet gevoerd, maar het zou het zo niet moeten gebeuren? De 'prioriteiten' die Lien Verwaeren, adviseur van minister Schauvliege, op de junitoer voorstelde voor de openbare bibliotheek, kunnen net zo goed gelezen worden als doelstellingen:
  • Informatiegeletterheid en digitale kloof;
  • Digitalisering & innovatie van de sector;
  • Cultuurspreiding en cultuurparticipatie;
  • Stimuleren leesmotivatie (plezier) en de literaire competentie van kinderen en jongeren.

Het gaat maar om een eerste ontwerp. Wie aandachtig kijkt naar de doelstellingen die de minister in gedachten heeft voor de cultuurcentra en het gemeentelijke cultuurbeleid in het algemeen, ziet meteen dat op een aantal domeinen een 'rationalisering' mogelijk is. 'Participatie' bijvoorbeeld, komt in lichtjes andere vorm telkens terug. Het moet, met andere woorden, mogelijk zijn om te vertrekken vanuit een beperkt aantal doelstellingen voor het lokale cultuurbeleid en die dan - indien nodig - te specifiëren voor cultuur- en gemeenschapscentra en voor bibliotheken.

Misschien kan een dergelijke aanpak uitgebreid worden naar de Vlaamse overheid. Is leesmotivatie stimuleren alleen een opdracht voor (openbare) bibliotheken? Andere culturele organisaties kunnen hier ook een rol spelen. Maar heeft ook onderwijs hier geen opdracht? De kans dat Vlaanderen zo 'integraal' gaat denken op korte termijn, is niet zo groot. En - zoals gezegd - zou een dergelijke aanpak ook gevaren inhouden. In het globale beleid van Vlaanderen blijft cultuur een klein broertje ...

In elk geval, is het een probleem dat het aantal doelstellingen hoog ligt, voor een organisatie van de omvang van de Vlaamse overheid? Wat wel duidelijk werd, tijdens de uiteenzetting van Lien Verwaeren, is dat prioriteiten stellen, keuzes maken, zelfs binnen één beleidsdomein, niet eenvoudig is. De minister wil de subsidie eerder afhankelijk maken van het aantal doelstellingen waarop een lokaal bestuur intekent, dan van het gewicht van die doelstelling. Of dat een goede aanpak is, blijft een vraag. Is het logisch om te verwachten dat elk lokaal bestuur op elke doelstelling evenveel kan inzetten? Of moet dit toch eerder gezien worden als een pakket waarop een bestuur wel of niet intekent? Alles of niets. En dan krijgt het lokale bestuur de vrijheid om te bepalen op welk van deze doelstellingen ze het meeste inzet, op welke manier. Zo lang het maar aandacht heeft voor alle onderdelen van het pakket.

In het debat tijdens de junitoer werd overigens wel eens gesteld dat het initiatief bij de lokale besturen zou moeten liggen. Hun middelen zijn alles samen vier keer groter dan die van de Vlaamse overheid. Daarbij ging men wel voorbij aan het feit dat elk niveau zijn eigen doelstellingen heeft. Voor openbare bibliotheken is het duidelijk: het lokale bestuur is verantwoordelijk voor de bibliotheek als een lokale instelling, die opereert in het lokale landschap: samen met organisaties uit het lokale culturele veld, maar ook samen met organisaties uit andere domeinen, zoals welzijn en onderwijs. De Vlaamse overheid kan de bibliotheken benaderen als netwerk en zich doelen stellen die deze van de lokale besturen overstijgen.Uit gesprekken met beleidsmakers blijkt dat deze denkwijze op dit moment moeilijk ligt. Vreemd toch dat opeens een Vlaams beleid nauwelijks nog mogelijk zou zijn? Zeker voor bibliotheken verwachten we toch dat iemand zicht heeft op het globale plaatje, het geheel, en een richting uitzet waarin dat netwerk moet evolueren? Of laten we dat werkelijk los en hopen we maar dat lokale besturen uit eigen initiatief verder zullen kijken dan de grenzen van hun gemeente? En dat daar dan vanzelf een samenhangend geheel uit groeit?  Merk op dat bij de prioriteiten of doelstellingen van de minister er geen enkele bij is die draait rond samenwerking, rond netwerking. Een teken aan de wand? Laat ons hopen dat er nog bijgestuurd wordt, dat de minister deze kans niet mist.

dinsdag 17 mei 2011

Poetsvrouwen

Op Neveneffecten, een studietweedaagse van Locus, sprak antropologe Ruth Soenen over gemeenschapsvorming. Een grote term voor iets - zo bleek - waar we vaak al mee bezig zijn. En dat in onverwachte hoekjes schuilt. Poestvrouwen kunnen een belangrijke schakel zijn, beweerde Soenen. Ze staan midden in de lokale gemeenschap, vaak meer dan de bibliothecaris of de directeur van het gemeenschapscentrum. Ze horen reacties van gebruikers die anders vaak onder de radar blijven. Hun impact op het leven in en rond de bib mag je niet onderschatten.

Het is een typisch verhaal van een studiedag. Zo een dat je graag gelooft, maar wat moet je ermee? En wordt er niet meer van gemaakt dan het eigenlijk is?

Maar dan...

Op een dag trek je met een bende kinderen naar een zwembad in een vreemde stad. Een groot zwembad met een wildwaterbaan. De ideale locatie voor een verjaardagsfeestje: eerst het water in, daarna de pannenkoeken.

Als je aankomt, zie je meteen de borden hangen: strikte kledingsvoorschriften: geen shorts met ritsen, zakken of pijpen onder de knie. De instructies zijn duidelijk. En aangezien het een vreemde stad is, zijn we er niet op voorbereid. Eén van de kinderen blijkt niet in orde met het reglement. Met de redder - 'bewaker' is een term die spontaan in me opwelt, maar goed, met de redder dus - valt niet te spotten. Wijdbeens in de deuropening, fluitje in de mond, staat hij klaar. Hij kijkt alsof hij het wel prettig zou vinden als je je kwaad maakt. Agressietraining heeft hij niet nodig. Hij weet wel hoe je agressieve bezoekers aanpakt.

Je houdt je dus maar in en vraagt beleefd wat je dan wel doen moet. Een rit naar huis om een zwembroek te halen, helpt het hele feestje om zeep. Alle kinderen zitten al in het water trouwens, alleen die ene niet. Gelukkig zijn er zwembroeken te koop aan de kassa. Daar is het aanschuiven. Het kind, al onder de douche geweest, staat te verkleumen.

Een poetsvrouw heeft het allemaal gadegeslagen. Ze wenkt. De zwembroeken blijken niet alleen te koop, maar, ook wel te leen, zij het via de achterdeur. 'Veel ruzie, niet goed', zegt ze terwijl het kind past.

Wat later is het echt feest. En als het uiteindelijk toch een mooie dag geworden is, hebben we dat in grote mate te danken aan een poetsvrouw die de reglementen soepel interpreteert en oog heeft voor 'haar' gemeenschap.
Published with Blogger-droid v1.6.9

dinsdag 3 mei 2011

Uitgeven

Op de Staat van het boek gaf Hans Bousie een opgemerkte keynotelezing waarin hij de vergelijking maakte tussen de muziekindustrie en het boekenvak. Zijn opmerkingen liggen in de lijn van Joel Falconer op The Next Web schrijft over de muziekindustrie. Beiden bevestigen - met meer kennis van zaken - de intuïtie die ik hier eerder verwoordde over de toekomst van het uitgeven.

Het komt erop neer dat binnen enkele jaren de uitgevers hun dominante rol in het boekenvak kwijtgespeeld zullen zijn.

In de muziekindustrie investeerden de producenten de voorbije jaren veel geld in preventie, door dure oplossingen te zoeken voor het digitale beheer van rechten (DRM) en in repressie, onder meer door downloadende gebruikers te vervolgen. Piraterij heeft het allemaal niet gestopt. Hun imago heeft wel veel schade opgelopen. Conclusie van Bousie: als je optelt welke sommen de muziekindustrie hierin kon investeren, boeren ze blijkbaar toch zo slecht niet. Advies van Bousie: steek er geen tijd in, het haalt toch niets uit.

Ondertussen zien we een fundamentele verschuiving: vroeger organiseerden muziekgroepen optredens om hun platenverkoop (vinyl!) te stimuleren. Nu verspreiden ze opgenomen muziek om meer volk naar hun optredens te lokken. Vertaal dit naar het boekenvak, en je ziet dat auteurs hun reputatie als schrijver gebruiken om op allerlei manieren geld te verdienen. Optredens, columns, auteurslezingen, ze zijn gebaseerd op de naam en de faam van de schrijver, moest ook Tom Naegels met enige tegenzin erkennen in zijn slotbeschouwing op de Staat van het Boek. Met andere woorden: zelfs voordat het e-book massaal is doorgebroken in de Lage Landen, werkt het systeem al op deze manier.

Aangezien opgenomen muziek (en dus bij analogie ook e-books) eerder een marketinginstrument zijn, verdient het aanbeveling om de prijs laag te houden. Dat was ook het succes van iTunes, toch? En juist dat is wat Erik Vlaminck, voorzitter van de Vlaamse Auteursvereniging (VAV)  en van het BoekenOverleg, aankondigde op Mind the Book. Hij zou één van zijn boeken voor een habbekrats beschikbaar stellen als e-book.

Ook op Mind the Book had Geert Joris al bekend dat Boek.be uitgevers enigszins arbitrair het advies gaf om e-books te verkopen aan 80% van de prijs van het papieren boek. Het advies was meer gebaseerd op intuïtie dan op harde argumenten. Misschien zijn er redenen om aan te nemen dat de productiekost van het elektronische boek niet heel veel lager ligt dan dat van het papieren boek. Maar productiekost is niet het enige element dat een prijs bepaalt. Ook reproductiegemak en betalingsbereidheid spelen een rol. Als niemand bereid is om voor een elektronische versie 80% van de prijs van een papieren editie te betalen, heb je een probleem. En als dat elektronische boek dan nog eenvoudig gekopieerd en gedeeld kan worden, heb je een heel groot probleem. Kijk maar naar de muziekindustrie.

In zijn artikel op The Next Web wijst Falconer erop dat het steeds eenvoudiger is geworden om zelf muziek op te nemen. De kosten voor de nodige hard- en software zijn spectaculair gedaald. Niets belet muziekmakers nog om hun eigen opnames te maken en te verspreiden. En voor boeken is dat natuurlijk nog veel eenvoudiger.

Voor de consument, de luisteraar, de lezer, is dat niet noodzakelijk een voordeel. Er wordt namelijk meteen ook meer rommel geproduceerd. Alles wat vroeger door productiemaatschappijen en uitgevers geweerd werd, wordt nu door de makers rechtstreeks aangeboden. De consument heeft dus nood aan selectie. Hij zal meer en meer op zoek gaan naar kanalen die hem helpen het kaf van het koren te scheiden. Voor boeken kunnen bibliotheken en (online) boekhandels hier een rol spelen. Maar ook de sociale media verdienen hier een plek. Wat vrienden aanbevelen, is gemakkelijker te beoordelen. En 'communities' bouwen rond bepaalde genres is een fluitje van een cent.

Als de creatievelingen rechtstreeks publiceren en de gebruikers beroep doen op sociale media en intermediairs om een selectie te maken, zullen de uitgevers en de producenten moeten vechten om hun meerwaarde in het hele productieproces te bewijzen.

In het licht van die ontwikkelingen is het vreemd dat de (georganiseerde) auteurs nauwelijks interesse tonen voor de ontwikkeling van een e-bookplatform in Vlaanderen. Ze laten de uitgevers de honneurs waarnemen. Hun belangen lopen nochtans niet gelijk. Vooral niet omdat de Vlaamse uitgevers de les van de muziekindustrie niet geleerd hebben. Ze laten zich leiden door angst voor piraterij. Ze streven naar absolute controle en willen zoveel mogelijk afschermen. Als we Hans Bousie mogen geloven, maken ze daarmee de verkeerde keuzes.

Published with Blogger-droid v1.6.8

zondag 17 april 2011

Toevallige lectuur

In Le cose che restano wil Nino van een oud weeshuis een verblijfplaats maken voor passanten. Het wordt een huis met veel doorkijkjes, veel glas. Een huis waar de wind doorheen kan blazen. Wat dat alles betekent voor de privacy van de passanten, daar wil ik het nu niet over hebben. Het is trouwens, dat had u al door, een Italiaanse serie en Italianen wonen toch op straat, zo wil het cliché. Er is een ander aspect van het ontwerp dat me interesseert: langs de muren van de gangen en onder de trappen tekent Nino boekenrekken.

Met alle nieuws over de toenemende verkoop van e-boeken vraagt een mens zich af of dit wel een toekomstgericht ontwerp is. Moet hij geen plaats voorzien voor een server? En dan? Schermen voor de bewoners? Of moet hij een systeem bedenken zodat de passanten de boeken kunnen lezen op hun eigen apparaten? Het lijkt niet echt haalbaar, zeker niet zolang de auteursrechtenkwestie niet geregeld is.

Het is bovendien ook overbodig. De passanten die tijdelijk in het huis verblijven, hebben allicht hun eigen apparaten bij. In hun rugzakken en tassen zitten geen geabimeerde pocketjes. Op hun iPod, hun Android tablet, hun netbook, dragen ze hun hele bibliotheek mee. De nieuwe nomaden hebben geen behoefte meer aan rekken vol boeken. En zelfs niet aan een server met de elektronische versies. Fantastisch toch? Hinssen, Piët, Feyerabend, Bowles: waar je ook maar zin in hebt, altijd bij de hand.

En toch. In Bretagne las ik Le roi des aulnes, langs de Weinstraße een boek over de Hanze, in Lazio een biografie van Ibn Saud en in Sussex Nevil Shutes A town like Alice. Stuk voor stuk boeken die ik anders (nog) niet gelezen zou hebben. Ik kan ook moeilijk beweren dat ze me iets bij brachten over de lokale gebruiken, geschiedenis of levenswijze. Ze blijven wel verbonden met de plaats waar ik ze las, meer dan de boeken uit mijn eigen bibliotheek die ik bij me had en die ik daar ook las.

We moeten er niet meer van maken dan het is. Zonder de boekenrekken in Nino's verbouwde weeshuis zal onze cultuur niet ten onder gaan. De bibliotheken op de iPads van de passanten bevatten ongetwijfeld meer boeken dan ze ooit gelezen krijgen, als het echte boekenliefhebbers zijn toch. Alleen: het verrassingseffect zal van elders moeten komen.

En toch, besef ik nu, op elk van die bestemmingen was er iemand die me toegang gaf tot een persoonlijke bibliotheek. Zelfs al ging het waarschijnlijk om afdankertjes, niet genoeg meer waard gevonden om in de eigen bibliotheek te blijven staan en dus maar ter beschikking gesteld van passanten, dan nog toonden ze een glimp van een leven. Een glimp die ons allicht niet meer gegund zal zijn als onze bibliotheek elektronisch wordt.

Published with Blogger-droid v1.6.8

zaterdag 9 april 2011

Over de toekomst van (micro-)uitgevers

Misschien wat vreemd dat een bibliothecaris uitspraken doet over de toekomst van het uitgeversvak, maar laat mij dan maar beginnen met te zeggen dat ik geen bibliothecaris ben. Al heb ik wel het diploma, ik heb het beroep nooit uitgeoefend. Net zo min als dat van archivaris overigens. Ik ben manager van een kleine non-profit organisatie die ook optreedt als uitgever. Van een tijdschrift in de eerste plaats, maar ook af en toe van andere publicaties, waarvan de impact soms veel verder reikt dan de oplage doet vermoeden. Laat ons dus maar stellen dat ik als micro-uitgever zicht heb op het uitgeefproces en dat ik daar nog wat ervaring als boekhandelaar aan kan toevoegen.

De rol van de uitgever zoals we die nu kennen, is ontstaan met de opkomst van de massamedia. Daarvoor waren het drukkers, of soms boekhandelaren, die deze rol op zich namen. Nu is de uitgever de spil in het proces. Hij verzorgt de contacten met auteurs, vormgevers, drukkers, distributeurs, pers en media, marketeers, boekhandelaars en niet zelden ook rechtstreeks met het publiek. Het viel mij op, een hele tijd geleden, dat André Van Halewijck, toch een ancien, tijdens een gastcollege aan de Universiteit Antwerpen over zijn rol als uitgever, nauwelijks over deze aspecten van zijn vak sprak. Hij was vooral aan het rekenen. En dat is niet toevallig. Want als de uitgever de spil is, dan komt dat ook omdat hij in belangrijke mate de bank is. Met uitzondering van publiek en boekhandel betaalt hij alle partijen, soms zelfs voordat hij ook maar één exemplaar verkocht heeft. Het is maar te hopen dat de verkoop voldoende is om de kosten te dekken.

Dat mijn kleine non-profit organisatie ook micro-uitgever is, kan maar omdat we de kosten weten te beperken tot het absolute minimum. Onze positie geeft ons een direct contact, zowel met (potentiële) auteurs als met (potentiële) klanten. We hebben dus geen distributeurs nodig en zijn niet aangewezen op de boekhandels om onze publicaties te verkopen. We controleren zelf een deel van de vakpers, zodat we niet hoeven te investeren in publiciteit. De oplages zijn zo klein dat we ze zelf kunnen stockeren. De vormgeving doen we zelf, dus het drukken op zich is de grootste kost die overblijft. Daardoor blijven onze publicaties betaalbaar. Maar zelfs dan schieten wij voor en hopen we dat de verkoop voldoende opbrengt.

In 2020, om die magische datum nog maar eens te gebruiken, zal naar verluid alles anders zijn. Tegen dan is het e-book doorgebroken, al kan het wat mij betreft ook wel vijf of tien jaar later zijn. In elk geval, als het zover is, zal onze rol als uitgever zo veranderd zijn, dat we gerust de vraag kunnen stellen of we die naam nog wel kunnen gebruiken. Met andere woorden, mijn stelling is dat er binnen tien à vijftien jaar geen uitgevers meer zullen bestaan.

Om het verhaal maar vanuit ons perspectief van micro-uitgever te beginnen, als wij e-books gaan uitgeven, valt de belangrijkste kost weg: het drukwerk. Ook alle werk en kosten voor het verzenden vallen weg. We kunnen dan aan heel andere businessmodellen gaan denken. We zouden onze publicaties misschien gratis kunnen verspreiden onder onze leden, zoals we nu eigenlijk al doen met ons tijdschrift.

Maar voor een grote uitgever, een échte uitgever, hoor ik u zeggen, verandert er toch niet zo veel. De kosten van drukken, fysieke opslag en verzending vallen weg. Maar elektronische opslag en distributie kosten ook geld. En marketing blijft een noodzaak. Allemaal waar, alleen is daar geen uitgever meer voor nodig. Denk even met mij mee.

Een auteur kan gemakkelijk zelf zijn publicatie afwerken. In 2020 is het maken van een elektronische publicatie in pdf of epub of welk formaat dan ook gebruikelijk zal zijn, een fluitje van een cent. Zelfs het hele digital rights management zal standaard geregeld worden door het softwarepakket. Je hoeft maar in te stellen hoe vaak een bestand gekopieerd mag worden, hoe vaak uitgeleend, allicht kun je aan die opties ook meteen een prijs koppelen. Daarmee heb je uiteraard nog geen kopers gevonden. Daar heb je ook helemaal geen uitgever voor nodig. Want waar zitten de kopers?

In 2020 zijn we permanent online. Onze e-books hebben we niet gestockeerd op één drager, want dat vinden we een onaanvaardbare beperking. We lezen soms op onze tabletcomputer, soms op onze smartphone, soms op onze desktop en - wie weet - 's avonds lezen we verhaaltjes voor aan onze kinderen vanaf de televisie. We slaan onze boeken dus op in de cloud. En we willen één plaats waar we onze hele collectie kunnen bewaren en ordenen. Een plek dus, onafhankelijk van de uitgever van het boek (maar goed, uitgevers bestaan toch niet meer dan), onafhankelijk van de auteur, van de handelaar waar we ze gekocht hebben, onafhankelijk ook van het formaat van de boeken die je gekocht hebt. Stel het je maar voor als een soort LibraryThing waar je niet alleen metadata kan opslaan, maar ook de boeken zelf. Allicht zullen we altijd wel meer dan één platform nodig hebben, maar toch. Amazon zou een dergelijk platform kunnen worden, al vinden we daar momenteel geen Nederlandstalige boeken. Maar ook andere intermediairs kunnen zich in een dergelijke richting ontwikkelen. Spelers als Swets en Ebsco ontwikkelen zich nu al in die richting, zij het dan voor wetenschappelijke elektronische publicaties. En wie weet, heeft LibraryThing tegen 2020 het potentieel van een dergelijke dienstverlening ontdekt.

Als vandaag de uitgevers de banken van het boekenvak zijn, dan zullen dat in 2020 die distributieplatformen zijn. Het Vlaamse e-bookplatform, maar dan niet meer Vlaams. De ontwikkeling en het onderhoud van dergelijke platformen overstijgen de financiële mogelijkheden van individuele uitgevers. Vandaar ook dat Boek.be noodgedwongen partner is van Bibnet in het Vlaamse E-bookplatform. Om hun voortbestaan te verzekeren, zullen de platformen extra diensten moeten leveren, aan marketing moeten doen. Het lijkt bijna onvermijdelijk dat de e-bookplatformen functies gaan combineren: opslag voor de producent, verkoop, toegang voor consumenten en bibliotheken (die, dat mag gezegd, in 2020 niet verdwenen zullen zijn, in tegenstelling tot de uitgevers).

Is er dan helemaal geen rol meer voor uitgevers? Toch wel. De André Van Halewijcken van 2020 zullen eerder consultants zijn dan uitgevers. Ze zullen auteurs helpen contract op te stellen met de platformen; ze zullen auteurs adviseren inzake bestandsformaten en vormgeving; ze zullen contacten onderhouden met de lokale en de regionale pers.

En de openbare bibliotheken? Die bestaan uiteraard nog. Het aanbod wordt immers zo overweldigend groot dat iemand een kwaliteitsvolle selectie zal moeten maken. Zelfs in 2020 zal niet elke burger online zijn. Er blijft nood aan toegang en begeleiding. Zelfs in 2020 zullen de distributieplatformen niet geïnteresseerd zijn in de opslag van titels die alleen nog erfgoedwaarde hebben. Zelfs in 2020 zal niet elke burger zich elk boek kunnen veroorloven dat hij of zij moet of graag wil lezen.

Als uitgever zal onze organisatie dus allicht niet meer bestaan in 2020. Erg is dat niet, ons businessplan ligt klaar


Published with Blogger-droid v1.6.8