zondag 26 juni 2011

Prioriteiten of doelstellingen?

Op de junitoer van Locus gaf Filip De Rynck een interessante uiteenzetting over de bestuurlijke ontwikkelingen in ons land - voor sommige deelnemers zelfs twee maal. Een historisch kader voor de actuele ontwikkelingen, uitmondend in een kritische beschouwing over het planlastdecreet. Het verhaal is inmiddels voldoende bekend: Vlaanderen zal binnenkort alleen nog prioriteiten bepalen waaraan lokale besturen kunnen meewerken als ze dat willen. Vlaanderen zal alleen nog kijken naar activiteiten, resultaten of effecten. Welke middelen ze inzetten, bepalen de lokale besturen zelf.

De Rynck maakte een snelle rekensom. 15 decreten die aangepast moeten worden. Voor elk decreet formuleert Vlaanderen allicht een achttal prioriteiten, alles samen dus 120 prioriteiten. Kun je dan nog wel van prioriteiten spreken? De vraag stellen, is ze beantwoorden.

Als we De Rynck even volgen, bij wijze van gedachtenexperiment, hoe zou het dan wel kunnen? De Vlaamse overheid die zich een beperkt aantal prioriteiten stelt, voor de hele regering. Vijf? Acht? Maximaal tien? Wat zouden dat voor prioriteiten zijn? Vergrijzing, hopen we dat erop staat; mobiliteit allicht; economische groei zeker; misschien iets rond welzijn en wachtlijsten; en iets rond cultuurparticipatie?

Lokale overheden krijgen dan financiële ondersteuning als ze meewerken aan het realiseren van deze prioriteiten. Openbare bibliotheken zullen dus moeten zien dat ze zich weten in te schrijven in de plannen van hun gemeente. Digitale dienstverlening vanop afstand, in de strijd tegen de mobiliteitsproblemen; speciale dienstverlening voor KMO's om de economie te ondersteunen; het kan natuurlijk. Maar zijn dit voor de bibliotheken de juiste prioriteiten, de juiste motieven? Want let op: het succes van de digitale dienstverlening zal in dit geval gemeten worden met indicatoren zoals de lengte van de files ...

Maar De Rynck zelf zei op de junitoer, toch in de workshop tijdens de voormiddag, dat zijn presentatie magisch-realistisch was. Hij deed een 'Lampootje'. Ging hij dus niet wat kort door de bocht, soms?

Mag ik even vergelijken met mijn eigen organisatie? Ook binnen onze vereniging voerden we enkele jaren geleden een discussie over prioriteiten. Over de doelstellingen van de VVBAD bestond geen discussie, wel over het gewicht ervan. Wat zijn onze belangrijkste opdrachten, wat verdient voorrang? Met andere woorden: het bepalen van prioriteiten ging over de onderlinge verhouding tussen de doelstellingen. En al is het aantal strategische doelstellingen beperkt, het aantal operationele doelstellingen loopt snel op.

In die termen wordt de discussie momenteel niet gevoerd, maar het zou het zo niet moeten gebeuren? De 'prioriteiten' die Lien Verwaeren, adviseur van minister Schauvliege, op de junitoer voorstelde voor de openbare bibliotheek, kunnen net zo goed gelezen worden als doelstellingen:
  • Informatiegeletterheid en digitale kloof;
  • Digitalisering & innovatie van de sector;
  • Cultuurspreiding en cultuurparticipatie;
  • Stimuleren leesmotivatie (plezier) en de literaire competentie van kinderen en jongeren.

Het gaat maar om een eerste ontwerp. Wie aandachtig kijkt naar de doelstellingen die de minister in gedachten heeft voor de cultuurcentra en het gemeentelijke cultuurbeleid in het algemeen, ziet meteen dat op een aantal domeinen een 'rationalisering' mogelijk is. 'Participatie' bijvoorbeeld, komt in lichtjes andere vorm telkens terug. Het moet, met andere woorden, mogelijk zijn om te vertrekken vanuit een beperkt aantal doelstellingen voor het lokale cultuurbeleid en die dan - indien nodig - te specifiëren voor cultuur- en gemeenschapscentra en voor bibliotheken.

Misschien kan een dergelijke aanpak uitgebreid worden naar de Vlaamse overheid. Is leesmotivatie stimuleren alleen een opdracht voor (openbare) bibliotheken? Andere culturele organisaties kunnen hier ook een rol spelen. Maar heeft ook onderwijs hier geen opdracht? De kans dat Vlaanderen zo 'integraal' gaat denken op korte termijn, is niet zo groot. En - zoals gezegd - zou een dergelijke aanpak ook gevaren inhouden. In het globale beleid van Vlaanderen blijft cultuur een klein broertje ...

In elk geval, is het een probleem dat het aantal doelstellingen hoog ligt, voor een organisatie van de omvang van de Vlaamse overheid? Wat wel duidelijk werd, tijdens de uiteenzetting van Lien Verwaeren, is dat prioriteiten stellen, keuzes maken, zelfs binnen één beleidsdomein, niet eenvoudig is. De minister wil de subsidie eerder afhankelijk maken van het aantal doelstellingen waarop een lokaal bestuur intekent, dan van het gewicht van die doelstelling. Of dat een goede aanpak is, blijft een vraag. Is het logisch om te verwachten dat elk lokaal bestuur op elke doelstelling evenveel kan inzetten? Of moet dit toch eerder gezien worden als een pakket waarop een bestuur wel of niet intekent? Alles of niets. En dan krijgt het lokale bestuur de vrijheid om te bepalen op welk van deze doelstellingen ze het meeste inzet, op welke manier. Zo lang het maar aandacht heeft voor alle onderdelen van het pakket.

In het debat tijdens de junitoer werd overigens wel eens gesteld dat het initiatief bij de lokale besturen zou moeten liggen. Hun middelen zijn alles samen vier keer groter dan die van de Vlaamse overheid. Daarbij ging men wel voorbij aan het feit dat elk niveau zijn eigen doelstellingen heeft. Voor openbare bibliotheken is het duidelijk: het lokale bestuur is verantwoordelijk voor de bibliotheek als een lokale instelling, die opereert in het lokale landschap: samen met organisaties uit het lokale culturele veld, maar ook samen met organisaties uit andere domeinen, zoals welzijn en onderwijs. De Vlaamse overheid kan de bibliotheken benaderen als netwerk en zich doelen stellen die deze van de lokale besturen overstijgen.Uit gesprekken met beleidsmakers blijkt dat deze denkwijze op dit moment moeilijk ligt. Vreemd toch dat opeens een Vlaams beleid nauwelijks nog mogelijk zou zijn? Zeker voor bibliotheken verwachten we toch dat iemand zicht heeft op het globale plaatje, het geheel, en een richting uitzet waarin dat netwerk moet evolueren? Of laten we dat werkelijk los en hopen we maar dat lokale besturen uit eigen initiatief verder zullen kijken dan de grenzen van hun gemeente? En dat daar dan vanzelf een samenhangend geheel uit groeit?  Merk op dat bij de prioriteiten of doelstellingen van de minister er geen enkele bij is die draait rond samenwerking, rond netwerking. Een teken aan de wand? Laat ons hopen dat er nog bijgestuurd wordt, dat de minister deze kans niet mist.