vrijdag 20 april 2012

De mythe van de mutatie

Over De barbaren van Baricco


Het was een enigszins surrealistische, barbaarse avond in het Legermuseum. Het programma was versnipperd; in plaats van hapjes met zalm waren er frieten - en dan nog te weinig ook; de timing was een ramp. Toch bleef het allemaal beschaafd. Zelfs de tanks, de vliegtuigen en de uniformen uit de Eerste Wereldoorlog stonden netjes uitgestald. De verschrikking van de zuivere destructie was in geen velden of wegen te bekennen.

Barbaren
In het centrum van de belangstelling stonden De barbaren van Alessandro Baricco, een boek dat ook bij een tweede lectuur onbehagen en irritatie opwekte, maar toch intrigerend genoeg is om een avond door te brengen in gezelschap van veel schoon volk.

Baricco schreef De barbaren als een vervolgreeks in de krant, op negentiende eeuwse wijze, zeg maar. De stukken werden samengebracht in een boek, niet of nauwelijks geredigeerd. Dat is er dan ook aan te merken. Baricco wisselt voortdurend van perspectief. Sympathiseert hij het ene moment met de beschaving die teloorgaat, het volgende moment staat hij met de barbaren te juichen op de ruïnes. De aard van het thema kan dat misschien nog enigszins goedpraten, maar voor een boek dat pretendeert een grondige analyse te brengen, is het behoorlijk irritant. Wie van mening is dat ik onvoldoende gemuteerd ben om de tactiek van Baricco te begrijpen, moet vooral voort lezen.

Verleden
De organisatoren hadden ervoor gekozen om voortdurend even interessante sessies parallel te programmeren, zodat het beschaafde publiek voor barbaars onmogelijke keuzes stond. In één van die sessies wees Pascal Gielen erop dat de Italiaan de redeneringen van Walter Benjamin over de relatie tussen techniek, cultuur en - in mindere mate - politiek herneemt. De veranderingen in onze samenleving die Baricco beschrijft, krijgen daarmee een historische dimensie: wat bij Benjamin de massamedia zijn, wordt bij Baricco het internet. En juist die historische dimensie is het meest irriterende aspect in het boek van Baricco.

Baricco doet er lang over om zijn motto te kiezen. Hij heeft er uiteindelijk vier nodig om zijn punt te maken. Zij vertellen een verhaal. Samengevat: de vrees voor de barbaren is van alle tijden, maar wat er nu aankomt, heeft een andere dimensie. De boodschap is dus dubbel: dit komt vaker voor - Beethoven was een barbaar toen hij zijn negende symfonie presenteerde aan het publiek - maar wat nu gebeurt, is uniek.

In dat verhaal maakt Baricco geen onderscheid tussen de processen achter deze voortdurende vernieuwing - Gielen sprak van creatieve destructie - en de resultaten ervan. Beschrijft hij in het eerste deel de processen, dan volgt in het tweede een beschrijving van de 'beschaving' en in het derde dat van de barbarij. De processen zijn onder meer: technologische vernieuwing, streven naar spectaculariteit, taalvernieuwing, verruiming van het publiek. Er is allicht een Italiaanse krant met een ruim budget nodig (bestaan die nog?), die een journalist aan het werk kan zetten voor enkele maanden om aan te tonen dat die processen van alle tijden zijn.

Maak de denkoefening maar. De Vlaamse primitieven, kunnen dank zij een technologische vernieuwing (olieverf) een nieuwe - meer realistische - vormtaal ontwikkelen die spectaculaire resultaten (de bloemetjes en de bijtjes op het Lam Gods) oplevert en een nieuw doelpubliek - een opkomende burgerij - bereikt die 'gelieerd is aan het heersende culturele model'. Voilà, exact wat Baricco beschrijft, en wel ruim zes eeuwen voor onze mutatie. En na een recent bezoek aan Rome ben ik geneigd om te stellen dat er rond het Colosseum ongetwijfeld een gelijkaardige redenering ontwikkeld kan worden.



Toekomst
Baricco maakte een opmerkelijke entree, daar op de soirée barbare in het Legermuseum. Een bijzondere omgeving, zo vond hij zelf, voor een activiteit rond zijn boek. Het museum is immers een 'lieu de mémoire', terugblikkend op het verleden, terwijl zijn boek kijkt naar wat er nu gebeurt, naar wat er op ons afkomt, naar de toekomst.

Helaas, naar de toekomst kijken, is nu net wat hij niet of nauwelijks doet. In het beste geval beschrijft hij wat er aan de hand is. Hij doet dat op een behoorlijk dubbelzinnige manier. Enerzijds probeert hij in zijn boek het 'volledige dier' te vatten. We zullen dus na lezing van zijn boek begrijpen wat er echt aan de hand is. Anderzijds stelt hij dat het om een mutatie gaat, wat dan weer een onoverbrugbaar verschil inhoudt. En ons meteen ook ontslaat van de verplichting om de veranderingen niet alleen te begrijpen, maar er ook in mee te gaan. En op het einde stelt hij ons weer gerust: we zijn allemaal een beetje gemuteerd. Dat is toch ook al iets.

Dan zie ik weer het beeld voor mij van die leerkrachten met een mooie staat van dienst (om het netjes uit te drukken), die zich op de borst slaan omdat ze niet kunnen sms'en en die smalend doen over hun jongere collega's die op Facebook chatten met hun leerlingen. Wie leert dan onze kinderen te overleven in deze snel veranderende samenleving?

De uiteenzetting van Ronald Soetaert landde bij een gesprek over horizontaliteit en verticaliteit: netwerk en diepgang, zeg maar. Het deed denken aan de limieten van Peter Hinssen, die in Digitaal is het nieuwe normaal probeert vooruit te denken. De limiet van lengte is nul. Informatie wordt steeds korter. Een twitterbericht mag nog 140 tekens lang zijn, bij Pinterest gaat het alleen nog om een beeld. Maar de limiet van diepte is oneindig: wie in een onderwerp geïnteresseerd is (en de juiste toegang vindt) kan op internet veel meer informatie vinden dan we nog niet zo lang geleden voor mogelijk hielden. Ook die spanning tussen diepgang en netwerk is van alle tijden. Kreeg onze moderne wetenschap geen vorm in monografieën (diepgang), gegroeid uit een voortdurende correspondentie en uitwisseling?

Mythe
Dat de veranderingen snel gaan en alsmaar sneller, zal niemand ontkennen. Of ze een historische dimensie hebben en horen bij de kern van de Westerse beschaving, zijn interessante vragen.
Wat we ermee kunnen doen, is nog veel interessanter. Kunnen we bijvoorbeeld diepgang creëren door het netwerk uit te buiten? Zijn er mogelijkheden om leren, spelen en creëren samen te brengen in nieuwe verbanden?
Maar een mutatie? Ik zie ze niet. 
De mythe van de mutant creëert stilstand. Mij interesseert de dynamiek. En u?

donderdag 19 april 2012

Lezen als emotie

Studiedag leesbevordering
De grote verleiding
Den Bell, Antwerpen - 2 februari 2012

“Sommige passages heb ik overgeslagen,” bekende leesjuf Hedwige Buys. “Ze waren te hard om voor te lezen.” Eerder op de dag had een andere spreker al aangegeven dat ze Tonio, het boek van A.F.Th. van der Heijden over zijn zoon die omkwam in een verkeersongeval nog niet had durven lezen. Emoties, daar draaide het wel vaker om op deze studiedag over leesplezier.

“Vanwaar halen kinderen een ‘gout de lire’?” was de centrale vraag. Antropologe Michèle Petit putte uit haar ervaring om een — emotioneel — lijstje op te stellen. ‘Si le livre vit avec la famille’, dan gaat het bijna vanzelf. Maar er was uiteraard meer. Mysterie, bijvoorbeeld, het vreemde, het onbegrepene, maar ook nabijheid en vertrouwdheid, zoals in de stem die voorleest. Identificatie: waarom straalt moeder zo vreemd wanneer ze dat boek over een ongelukkige liefde leest? Maar ook de esthetiek die schuilt in het nutteloze van de taal: de zuivere klanken, rijm, ritme, melodie. Lezen, zoals ook niet-lezen, kan een daad van verzet zijn. En als er geen boeken in huis ‘leven’, dan wordt het persoonlijke contact nog veel belangrijker. Een ontmoeting, kort of lang, kan een leven veranderen. Le passeur, de culturele veerman, maar ook de smokkelaar, bleef de hele dag nadrukkelijk aanwezig.

Veel projecten passeerden de revue. Er was een heuse markt opgezet in de
foyer van Den Bell in Antwerpen en Stichting Lezen van Vlaanderen en die van Nederland toonden aan dat ze voor elke leeftijdsgroep wel iets te bieden  hebben. De klemtoon lag op de allerkleinsten, want je kan niet vroeg genoeg beginnen. De bibliotheekwetten van Ranganathan werden niet genoemd, maar “elke lezer zijn boek” was wel een terugkomend thema. Als lezen een plicht wordt, komt het plezier nooit. Het PISA-onderzoek wijst uit dat Vlaanderen en Nederland hoog scoren op technische leesvaardigheid, maar bijzonder laag op leesmotivatie. Een bevinding die Majo de Saedeleer, directeur van Stichting Lezen in Vlaanderen, nuanceerde, want uit de participatiesurvey blijkt dan weer dat er meer gelezen wordt dan vroeger, en dat juist door jongeren. De waarde van lezen wordt trouwens hoog ingeschat. Vakantie is de kostbaarste tijd die we hebben, de tijd die we zelf kunnen besteden zoals we willen. En laat er nu net dán veel gelezen worden.

Bart Moeyaert mocht afsluiten met een verhaal over familie, over schrijven, over verleiden. “Laat u niet misleiden” was zijn boodschap. Soms probeer je te verleiden, zonder succes. Dat betekent echter niets. Misschien blijkt later wel dat net die ontmoeting met jou het verschil maakte.

(Kroniek verschenen in META 3, 2012)

maandag 2 april 2012

Bibliotheekkamp

Terug van het Library Camp zie ik de eerste verslagen verschijnen. De focus meer op de organisatie van dit schijnbaar ongeorganiseerde gebeuren, dan op de inhoud. Zo ook in de reportage van This Week in Libraries, waarin ik ook even mag optreden.


TWIL #66: LibCampNL 2012 unconference from Jaap van de Geer on Vimeo.

Wat ik improviserend in aarzelend Engels probeer uit te drukken, vat wel samen wat ik eraan over hou. Spectaculair is het niet: het beroep evolueert. De focus komt steeds meer op de gebruiker te liggen. Informatieprofessionals moeten weten om te gaan met mensen, dat vooral en in de eerste plaats. Maar de kern van het beroep blijft toch: toegang bieden tot informatie. Weten dus, hoe je moet zoeken, waar je kan vinden. Het belang van die vaardigheden mogen we niet onderschatten.

Het is niet alles wat ik mee naar huis neem. Een voornemen om samen met de Nederlandse collega's rond ACTA te werken is allicht het meest concrete resultaat. Contacten hou je ook altijd wel over aan een evenement zoals dit. Bijzonder prettig was het overigens om een aantal virtuele kennissen ook in levende lijve te ontmoeten.

Maar als ik het allemaal optel, is het aan het einde van de rit toch vooral de emotie die het event geslaagd maakte. Niet dat we mekaar huilend in de armen vielen, 's avonds bij het afscheid. (Dat zou overigens niet passen bij mijn imago van gereserveerde Vlaming). Wel straalde deze onconferentie een ongelooflijk positieve sfeer uit.  Al die professionals die in hun vrije tijd nog eens komen discussiëren over de toekomst van hun vak, die misschien niet weten waar het naartoe gaat, maar er op zijn minst mee bezig zijn. Ze weten wat de uitdagingen zijn waar ze voorstaan. Ze zitten niet bij de pakken neer, maar zoeken naar oplossingen, naar antwoorden.

En dus loop je 's avonds goed geluimd langs de Amsterdamse grachten richting station.

Een dikke pluim dus voor de organisatoren. Want hoewel deze conferentie absoluut geen conferentie was, is er aan de voorbereiding en inmiddels ook de nazorg, toch veel zorg besteed.