maandag 19 mei 2014

Ravage. Losse gedachten bij een tentoonstelling

Leed

Francesco Hayez: De Verwoesting van de Tempel van Jeruzalem

1.
Bij het verlaten van M in Leuven realiseerde ik me dat ik geruime tijd doorgebracht had in een tentoonstelling over oorlog en daarbij nauwelijks menselijk leed gezien had. Er hing een allegorie geschilderd naar Rubens en wat verderop de Verwoesting van de Tempel van Jeruzalem van Francesco Hayez. Vooral bij dat laatste schilderij stonden moord en doodslag uitdrukkelijk op de voorgrond. Toegegeven,  in het onderdeel over verwoeste steden - Sodom en Gomorra, Troje - werd ook wel wat menselijk leed getoond, maar meestal alleen als een interessant detail dat het eigenlijke onderwerp van het schilderij,  de brandende stad, accentueerde.

2.
Natuurlijk draaide de tentoonstelling rond oorlog en kunst. Toch blijft het opmerkelijk dat de mens zo afwezig was in de verwoeste steden en de ruïnes, bij de propaganda en de geroofde kunst. Zelfs in de recente installaties die het geweld in Libanon evoceren - Bunker van Mona Hatoum en Beirut: Autopsy of a City van Lamia Joreige - was er hooguit plaats voor de reflecterende mens, niet voor de lijdende. Oorlog als esthetisch gebeuren.

3.
Ruïnes. De tekeningen en schilderijen in deze zaal deden me onvermijdelijk denken aan het verwoeste Hamburg in de Tweede Wereldoorlog, zoals Stig Dagerman het beschrijft in Duitse herfst. De ellende is al lang gepasseerd als Dagerman met de trein door de eindeloze puinvlakte rijdt. De vreemdeling kijkt gefascineerd uit het raampje en probeert de omvang van de ravage te vatten, de Duitsers kijken er niet meer naar.

4.
Ze praten er zelfs niet over. W.G. Sebald stelt de vraag waarom het Duitse leed, veroorzaakt door de geallieerde bombardementen, zo afwezig is in de Duitse literatuur. Het antwoord formuleert hij nadat hij beschreven heeft hoe verschillende uit Hamburg gevluchte vrouwen hun dode kinderen meedroegen in hun bagage: 
"... misschien wordt het uit zulke brokstukken herinnering begrijpelijk dat onmogelijk gepeild kan worden hoe diep de trauma's zijn in de zielen van hen die aan de epicentra van de ramp zijn ontkomen. Het recht om te zwijgen dat de meesten van hen opeisten is even onaantastbaar als dat van de overlevenden van Hiroshima over wie Kanezaburo Oë in zijn aantekeningen over die stad (1965) schrijft dat velen van hen twintig jaar na de explosie van de bom niet kunnen praten over wat er die dag was gebeurd."

David Grossman zou het allicht beamen. Het eerste deel van Zie: liefde gaat immers over een jongetje dat opgroeit in Israël, net na de oorlog, tussen de verpletterende stilte van de volwassenen die over het recente verleden zwijgen. 

5.
Misschien valt het leed dus ook niet te vatten, in woord of in beeld. Of is het onuitspreekbare toch uitspreekbaar? Denk maar aan Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer, om maar een voorbeeld te nemen, dat probeert om de vlammenzee van Dresden te verbinden met de instortende torens van 'nine eleven'.

Boeken

Emily Jacir: Ex Libris (fragment)

4.
Boeken en bibliotheken zijn wel nadrukkelijk aanwezig op de tentoonstelling. Niet moeilijk: het verhaal opent met de brand van de Leuvense universiteitsbibliotheek in 1914. Een iconisch beeld zonder mensen, alweer. Het onderwerp duikt ook weer op in het luik over propaganda. Poor little Belgium!

5.
Maar ook de plundering - mogen we dat woord gebruiken? - van Palestijnse bibliotheken door de Israëli's bij de stichting van hun staat in 1948, wordt geëvoceerd. Emily Jacir maakte een installatie, een soort virtuele bibliotheek, met foto's van de geroofde boeken - 'abandoned property' in het jargon - die zich nu in de Israëlische nationale bibliotheek bevinden.

6. 
En de boekverbrandingen na de val van dictators als de sjah van Perzië en, recenter, Muammar Khadaffi, worden zonder commentaar getoond naast beelden van de boekverbranding door de nazi's op de Bebelplatz in Berlijn. Het uitwissen van herinneringen tegenover het uitwissen van ideeën. Of toch op zijn minst een poging om dat te doen.

Illusie

7.
De Isjtarpoort, ooit in Babylon, nu in Berlijn, recent ook gespot in Leuven. Een reproductie, de rug gekeerd naar het publiek, een replica van gerecycleerde blikjes. Meer commentaar op onze omgang met het verleden dan een verhaal van kunst en oorlog. Of toch: musea als etalages voor de geroofde buit?

8.
Het valt op hoeveel steden verwoest werden. De verwoestingen van Sodom, Gomorra en Troje mogen dan mythische proporties hebben, die van Luik, Brussel, Leuven, Ieper - om het maar bij Vlaamse voorbeelden te houden - zijn meestal goed gedocumenteerd. Het doet ook vragen rijzen naar de authenticiteit van onze historische steden. Wat we zien als relict uit het verleden is blijkbaar vaker dan we beseffen een al dan niet adequate reconstructie.